Begrenzing als kader voelt goed

In het onderzoek staan drie kernconcepten centraal: wederkerigheid, gezamenlijkheid en begrenzing. De fysieke ruimte van de plek, de locatie, het gebouw en de wijk spelen een belangrijke rol bij het samen laten komen van groepen mensen met en zonder beperking. Het meer open of meer instellingsgebonden zijn van een plek lijkt van invloed te zijn op de mate waarin het betrekken van buurtbewoners lijkt te slagen. Dit is allemaal fysieke begrenzing. Diverse professionals en vrijwilligers geven aan dat begrenzing die niet zo zichtbaar is expliciet benoemd moet worden, bijvoorbeeld door grenzen aan activiteiten aan te geven. Vrijwilliger: “Dat probeer je ook een beetje te sturen van jongens het moet zo en zo. (…) de meesten die zijn onderhand zo lang hier dat ze wel weten hoe het werkt. En af en toe moet je ze even een klein beetje bijsturen van.. even dat bepaalde dingen toch niet helemaal kunnen. (…) Dan moeten we dat even een beetje bijsturen.” Bijsturen betekent niet dat mensen met een beperking geen eigen initiatief mogen hebben. De begrenzing wordt, zo blijkt uit het onderzoek, vooral als prettig ervaren. Begrenzing geeft kaders waarbinnen mensen, gezamenlijk of alleen, hun taken uit kunnen voeren.